Binnenkort verschijnt de soloplaat van J. Mascis, Several shades of why. Om daar enige aandacht voor te vragen liet platenmaatschappij Sub Pop de Dinosaur Jr. voorman interviewen door Maureen (?). En dat leverde een bizar gesprek op.
Mascis is natuurlijk van zichzelf al lichtelijk vreemd en verbaal niet erg sterk. Tegenovover de moederlijke mevrouw Maureen, weggelopen uit een tv-cursus bloemschikken van de lokale ziekenomroep, voelt hij zich zichtbaar ongemakkelijk, al blijft hij vriendelijk glimlachen. Wat zich ontspint is een licht-absurdistisch vraag-antwoordspel dat zomaar afkomstig had kunnen zijn uit een Coen-brothers film over een rockster op z´n retour.
Hieronder ook alvast een voorproefje van de plaat, die volgende maand uitkomt.
Op Northern Agression, de nieuwe cd van Steve Wynn & the Miracle 3, staat een intrigerende cover, The death of Donny B. Het is de titelsong van een obscure korte film uit 1969.
De film staat op youtube, en is via archive.org te downloaden. Het blijkt een intrigerend, rauw, realistisch, en tegelijkertijd verstild, haast poëtisch gefilmd docudrama, als een soort The Wire avant la lettre.
Wikipedia: A Day in the Death of Donny B is a 1969 American short docudrama written and directed by Carl Fick and shot in cinéma-vérité style. Mostly considered an anti-drug film, it was made for the Substance Abuse and Mental Health Services Administration. The film follows its protagonist, Donny B, a young black man who appears to be a heroin addict, as he makes his way through the cruel ghettos of New York City. He tries to score money for his next fix by stealing hubcaps, purse-snatching, panhandling, and engaging in street gambling.The short film's soundtrack mostly consists of voice-overs of his parents despairing over his future, former addicts describing the junkie lifestyle, and cops informing the audience of the consequences of illegal drug use and addiction. Through the run time of 14 minutes, a blues-like tune plays over the footage and voice-overs, with vocals that come in and out during the film, narrating Donny B as he does wrong.
Dat ze kringen rond het Groningse Vera al sinds jaar en dag een goede neus hebben voor de luidere gitaarmuziek moge bekend zijn. Wanneer een band daar boogt op een heuse heldenstatus, kun je er dus gerust van uitgaan met iets bijzonders te maken te hebben. The Hex Dispensers, zo heet de band die er afgelopen week een verschroeid podium schijnt achtergelaten te hebben.
Twee platen maakte deze band uit Austin, Texas. Beide vielen in ons land buiten Groningen nauwelijks op, en dat is zeker niet terecht. Tijdloze, vuige garagepunk spelen ze, strak, hard en urgent zoals het hoort. Met catchy melodieën en nummers die allemaal ruim beneden de drie minuten klokken. Denk aan Ramones meet Wipers, Oblivians, New Bomb Turks, The Saints, the usual suspects dus. Helemaal niks nieuws onder de zon, maar voor vernieuwing koop je maar een wasmiddel met nog meer witkracht. Hex Dispensers razen en rocken zoals we dat graag horen. Af te spelen met versterker ver in het rood!
Al eerder schreef ik hier over de Strange Boys, op YouTube kwam ik deze nieuwe single tegen, met daarbij de aankondiging van een nieuwe plaat, Be Brave, te koop vanaf 22 februari!
Op myspace omschrijven de heren hun invloeden als volgt: thousands of years of alien genetic experiments and mance lipscomb. Duidelijk genoeg, zo lijkt me...
Eerder noemden ze zich The Muslims, maar dat was wat lastig googlen en riep mogelijk verkeerde associaties op. Ze herdoopten zich in The Soft Pack en volgende maand verschijnt hun eerste volledige plaat, simpelweg The Soft Pack getiteld. Vorig jaar brachten ze de EP Extinction uit, vol heerlijk rammelende gitaarpowerpopjuweeltjes. De voorproefjes van de nieuwe plaat die inmiddels op het internet circuleren klinken als meer van hetzelfde, en dat geldt in dit geval als een driedubbele aanbeveling!
what he left here is the sound of a life that pushed against its constraints, as all lives should. It's the sound of someone on fire. It makes this planet better. (Kristin Hersh)
Goed nieuws voor iedereen die ook zo flauw wordt van al die vervelende top2000-liedjes, en voor hen die goede herinneringen hebben aan legendarische VPRO-radioprogramma´s als Heartlands, Stompin´ en Toga Party: Stoffer en Bentz zijn terug!
In ieder geval de twee weken rond kerst en oud en nieuw wanneer zij op Radio 6 hun zelf samengestelde top 500 draaien, de atoomjukebox, gewoon in willekeurige volgorde. De liefhebber weet dan al genoeg; Bunker Hill in plaats van de Eagles, Teenage kicks vervangt Bohemian rapsody, en Elmore James doet ons ernaar verlangen nooit meer naar Paradise by the dashboardlight te hoeven luisteren. Paniekblues dus, en garagetrash natuurlijk, southernsoulballads niet te vergeten, desolate singersongwriters, tearjerkende country, vuige punk en heel veel fijne doo-wop. En dat alles op volstrekt onnavolgbare wijze aan elkaar gepraat door Roel Bentz van der Berg. Leo Blokhuis, eat your heart out!
Van maandag 21 december t/m vrijdag 1 januari, elke werkdag tussen 19.00 en 22.00 uur bij de Avonden op Radio 6, natuurlijk ook online te beluisteren. Meer info hier.
Heb een tijd niets geplaatst hier, één van mijn goeie voornemens voor 2010 is om dat toch wat vaker te gaan doen.
Dit is, nog in 2009, een eerste aanzet daartoe. Te beginnen met een lijstje favoriete platen van het afgelopen jaar. Een beetje muziekliefhebber stelt er eentje samen, en niets is leuker dan te neuzen in lijstjes van anderen, op zoek naar die ene geweldige plaat die je gemist hebt.
Voor wat het waard is: 01. the Strange boys - And girls club 02. the Pains of being pure at heart - The pains of being pure at heart 03. Girls - Album 04. Yo la tengo - Popular songs 05. Noah and the whale - The first day of spring 06. Real estate - Real estate 07. Casiotone for the painfully alone - Vs. children 08. Staff benda bilili - Tres tres fort 09. Kurt Vile - Childish prodigy 10. Wilco - Wilco (the album)
Bubbling under: De Staat, Soulsavers, Dinosaur Jr., Brimstone Howl, the Horrors, Micah P. Hinson, Built to spill, Deer tick, the Madd, the Hex dispensers, Bombay bicycle club, Moss, Arctic monkeys, Eels, Local Natives, the Maccabees, Pants yell!, Wavves, Anne Soldaat
Snap ik niks van: Grizzly bear, XX, Animal collective, White denim...
De zomer is voorbij, het einde van het jaar nadert met rasse schreden, en daarmee ook het einde van het eerste decennium van deze eeuw. Voor de muziekliefhebber breken er hoogtijdagen aan, want traditiegetrouw betekent het vallen van de bladeren het begin van de lijstjestijd. (en voor wie het belang van muzieklijstjes niet op z´n waarde weet te schatten, lees Nick Hornby´s High Fidelity).
Indie-muziekblog Pitchfork presenteerde vorige week een lijst met de beste tweehonderd platen van de jaren ´00, Volkskrantredacteur Gijsbert Kamer volgde op zijn weblog, met een stroom aan reacties tot gevolg. eindlijstjes zijn per definitie subjectief en daarmee discutabel, en discussiëren over welke platen wel of niet op een lijst thuishoren doen de bloglezers dan ook met verve.
Terugkijkend kan ik niet zo snel bedenken met welke muziekstroming deze eerste tien jaar van de 21ste eeuw in verband gaat worden verwacht. Waren de jaren ´70 disco en punk, de jaren ´80 indie en hiphop en de jaren ´90 grunge en dance, het afgelopen decennium stond vooral in het teken van de wijze waarop muziek gedistribueerd werd. Napster, Kazaa, Limewire, bittorrent, I-tunes, Myspace en Youtube, muziek was nog nooit zo gemakkelijk verkrijgbaar en verspreidbaar. Platenzaken verdwenen en werden vervangen door online-muziekdiensten, en, veel revolutionairder, artiesten zijn niet meer afhankelijk van platenmaatschappijen maar kunnen zich rechtstreeks aan potentiële fans presenteren.
Deze ontwikkeling lijkt met name de laatste jaren z´n vruchten af te werpen, want sinds begin jaren tachtig is er niet zo´n enorm aanbod geweest aan jonge, frisse bandjes. Toen waren het de onafhankelijke platenmaatschappijen die, in de geest van de uit de punk afkomstige Do It Yourself mentaliteit, als paddenstoelen uit de grond schoten. Daarmee gaven zij een enorme impuls aan de alternatievere muziekgenres die door de grote maatschappijen overgeslagen werden. Nu biedt het internet diezelfde mogelijkheid. Met een paar muisklikken is er momenteel een schat aan nieuwe muziek te ontdekken. Natuurlijk zit er veel kaf tussen het koren, is niet alles even relevant, urgent of gewoon goed. Maar tegelijkertijd levert een zoektocht de nodige leuke, verrassende ontdekkingen op.
In mijn persoonlijke lijstje over de jaren ´00 (hoe spreek je die jaren eigenlijk uit?) is die trend voor mezelf waarneembaar. Waren in het begin van het decennium vooral ´oude helden´ als Steve Wynn, Yo La Tengo, Slobberbone en Wilco die mijn aandacht vroegen, The Strokes en Arctic Monkeys waren de eerste bands die ik echt via internet leerde kennen, en de meer recente platen in mijn lijst komen vooral van nieuwe ontdekkingen als Chrystal Stilts, Deerhunter, Laura Marling en Strange Boys.
Zonder m'n platenkast nou direct helemaal uit te pluizen zijn dit de platen die in eerste instantie bij mij opkomen, in willekeurige volgorde:
Steve Wynn – Here come the Miracles (Meesterlijke plaat van oude held) Strange Boys – And girls club (Simplisme ten top, meestgedraaid dit jaar, en nog steeds niet versleten) The Strokes – Is this it (Klassieke NY-rock, eindeloos houdbaar) Wilco – A ghost is born (Weerbarstiger, tegendraadser dan het veelbejubelde Yankee Hotel Foxtrot, maar daardoor ook spannender) Arctic Monkeys – Whatever people say I am, that´s what I´m not (Hoezo overschat?) Art Brut – Bang bang rock & roll (Opwindend, relativerend, soms werkt humor in popmuziek) The Shins – Chutes too narrow (Alleen al een vermelding waard dankzij Saint Simon, maar ook de andere liedjes horen bijna allemaal thuis in de categorie perfecte popsongs) Yo La Tengo – And then nothing turned itself inside-out (Meeslepende plaat van oude helden) Crystal Stilts – Alight of night (Crisismuziek voor crisisjaren, boordevol jaren tachtig invloeden, van Clean tot Joy Division, behoorlijk verslavend) Deerhunter – Microcastle / Weird era (Spannende psychedelische gitaarrock anno nu) Queens of the stone Age – Songs for the deaf (Hard, strak, perfecte snelwegmuziek) Rokia Traore – Tchamantche (Afrikaanse soul/jazz, niet voor puristen, wel heel erg mooi) Ryan Adams – Hearbreaker (Jammer dat de belofte nooit verder is waargemaakt) Laura Marling – Alas, I cannot Swim (Britse Folk anno nu, sterke songs, betoverende stem) Tinariwen – Aman Iman: Water is life (hypnotiserend, hallucinerend) Slobberbone – Everything you thought was right was wrong today (Elementaire rootsrock, perfecte songs, urgent en gedreven uitgevoerd)
Was de Britse muziek (gehyped of niet) de laatste jaren toonaangevend, nu de echte opvolgers van Frans Ferdinand en the Arctic Monkeys zich niet aandienen, lijkt de slinger weer de andere kant van de oceaan op te slaan.
Vorig jaar was daar opeens het debuutalbum Fleet Foxes. Gevoelige muziek van gevoelige mannen met baarden, perfect meerstemmig gezongen, de wortels diep verzonken in de Amerikaanse folktraditie. Met in hun kielzog Bon Iver en in mindere mate Blitzen Trapper en the Dodo´s kon je voorzichtig spreken van een kleine neo-folk-revival.
in 2009 lijkt Veckatimest, het nieuwe album van Grizzly Bear, de rol van die Fleet Foxes over te gaan nemen. Natuurlijk, er zijn verschillen. Want hoewel de naam anders doet vermoeden, de mannen van GB dragen geen baarden, en de muziek is minder pastoraal, grootsteedser dan die van Fleet Foxes. En Veckatimest is niet de debuutplaat van dit viertal uit Brooklyn. Eerder verschenen al twee albums die vooral op internet in de bloggerswereld op een warm onthaal mochten rekenen. Dit keer lijkt de reguliere media deze ´achterstand´ in te willen halen. Vijfsterrenrecensies vliegen je om de oren, ieder zichzelf respecterend tijdschrift heeft een interview met de aanstormende grootheden, en ze gelden als geheimtip voor het komende Lowlands festival. Niet te missen, dus....
Hoewel ik graag opensta voor (muzikale) nieuwlichterijen moet ik bij al de hierbovengenoemde nieuwe Amerikanen toch even passen. Ja, het is knap gemaakt, loepzuiver, het songmateriaal deugt, tot zover niets aan de hand, zou je zeggen. Maar het raakt niet, ´t roept bij mij geen emoties op, het laat onberoerd. Ik ben de beroerdste niet, en wil er echt mijn best voor doen, dus heb Veckatimest meermalen beluisterd, maar net als bij Fleet Foxes en Bon Iver keek ik ook nu tevergeefs naar m´n armen; het kippenvel bleef uit, de haartjes gingen niet overeind staan. Ik kreeg geen neiging om wild te gaan dansen, greep niet naar m´n luchtgitaar, noch welde er een brok in de keel op. Er gebeurde kortom helemaal niets, buiten het feit dat ik heel verstandelijk vaststelde hoe razend knap het gemaakt was.
Radiohead nam Grizzly Bear afgelopen jaar mee op sleeptouw, zo las ik, en dat maakt voor mezelf meer duidelijk. Want ook deze band heb ik eigenlijk nooit echt tot mij kunnen nemen. Want ook dat is razendintellectueel gemaakte muziek, waaraan wat mij betreft maar één aspect ontbreekt: de ziel. Om dit te overwinnen is ooit Punk uitgevonden, de oervorm van rock ´n roll vele malen simpeler, vele malen doeltreffender.
Als je de muzikale tijdsgeest even niet helemaal lijkt te volgen is er gelukkig altijd nog het verleden waaruit valt te putten. Het hier al eerder genoemde Pains of being pure at Heart, een alleraardigst Amerikaans bandje dat vooral teruggrijpt op Britse alternatieve muziek uit de jaren tachtig, is er niet vies van om in interviews die invloeden te pas en te onpas te noemen. En dat is erg aardig, want daarmee is een greep in de (digitale én analoge) platenkast zo gemaakt. En zo zijn het momenteel naast die plaat van "the pains" vooral The Pastels, The Jesus and Mary Chain, The Field Mice, Josef K, the Vaselines, the Bristols, the Wedding Present en My Bloody Valentine die mijn I-pod vullen, naast Amerikaanse melodieuze herriemakers uit diezelfde tijd als Hüsker Dü, Throwing Muses, the Replacements, en heb ik dankzij het hier eveneens eerder genoemde Crystal Stilts de hele Nieuwzeelandse Flying Nun scene herontdekt (waarover binnenkort meer...)
Dan is er ook altijd nog Sonic Youth, dat deze week haar zestiende album uitbracht, en laat zien hoe je waardig oud kunt worden als rockmuzikant, zonder je tanden en je wilde haren te verliezen of concessies te moeten doen. En wanneer je vervolgens leest dat Yo La Tengo binnenkort in het BIM-huis in Amsterdam speelt, akoestisch nog wel, ach, dan weet je dat je zo af en toe wel eens een hype aan je voorbij mag laten gaan...
the time i spent with nico disolves my heart and we go walking down a beach in the dawn i know that this can't last too long
Nico is natuurlijk de zangeres van de Velvet Underground. Bovenstaande regels komen uit een ode aan haar door de band Atlas Sound, en dat is een gelegenheidsproject van zanger/multi-instrumentalist Bradford Cox, voorman van de Amerikaanse band Deerhunter. Hun CD Microcastle/Weird Era Cont. was één van mijn favoriete platen van 2008.
Naast dat drukke muzikantenbestaan weet Cox ook nog tijd in te ruimen om een weblog bij te houden. En ´t mooiste daarvan is, op dat blog biedt hij met enige regelmaat de mogelijkheid demo´s, live-opnames en dergelijke van zijn band ter download aan, helemaal gratis en voor niets... Ook het nummer The time I spent with Nico is er te vinden. Hieronder kun je het beluisteren, wil je ´m downloaden, ga dan even naar het blog van Cox (linkje staat in mijn favoriete bloglijstje)
ter beeldbepaling een stukje tekst van wikipedia: Deerhunter is an American five-piece group originating from Atlanta, Georgia. The band have described themselves as "ambient punk," though they incorporate a wide range of genres, including noise rock, art rock, ambient, and post-punk. Lead singer Bradford Cox has cited many musical influences that contribute to Deerhunter's sound, some of which include The Clean, The Fall, The Flying Lizards, Kompakt records, The Birthday Party, The Bad Seeds, and Liars. However, if their influences had to be "narrowed down", Cox would note their "defining influences" as Echo & The Bunnymen, Brian Eno, David Bowie and My Bloody Valentine.
Zaterdagavond zagen we in een matig gevuld Muziekcentrum in Enschede Raymond van het Groenewoud zijn krachten bundelen met de Portugese (in Nederland wonende) zanger Fernando Lameirinhas.
Begeleid door accordeon/bandoleon en contrabas brachten zij liedjes van hen beide. Een wat ongewone combinatie, zou je denken, maar de mengeling van Zuid-Europese weemoed en melancholie en de Vlaamse relativering en zachtmoedigheid vulden elkaar wonderlijk mooi aan. Vroeg hoogtepunt in het programma was een intense versie van Raymonds bittercynische lied Wat een fijne dag, dat zelden wranger zal hebben geklonken. Daartegenover stonden het oh zo leuke niemendalletje Intimiteit en het vrolijke liefdeslied Keineig verliefd op haar. Een ode van Lameirinhas aan zijn voormalige Portugese woonplaats, de havenstad Viana di Castela ging naadloos over in Van Het Groenewouds Lied van de zee, net zo´n mooi klein, ingetogen lied als het daaropvolgende Het wonder voorbij. Lameirinhas maakte indruk met het verstilde liedjes als Poëta en Bonito, en toonde zich bovendien de muzikale leider van het viertal.
Raymond van het Groenewoud bewijst keer op keer dat hij op eenzame hoogte staat schrijver van Nederlandstalige liedteksten. Of dat voor Lameirinhas in het Portugees ook geldt, durf ik niet te zeggen, maar zijn stem en interpretaties zijn indrukwekkend. De troubadours sleepten hun publiek langs een scala aan emoties, een brok in de keel werd weggeslikt met een relativerende lach, stille kippevelmomenten wisselden af met vrolijk meezingen. Dos Tovadores bleek een vroeg hoogtepunt van het concertjaar 2009, Van het Groenewoud en Lameirinhas tonen met dit programma aan hoe eenvoudig muziek over culturele grenzen heen kan reiken.
Brooklyn, New York, is een broedplaats voor leuke nieuwe bandjes die hun inspiratiebronnen vooral halen uit de Britse en Amerikaanse wave van de jaren tachtig en begin jaren negentig. Vorig jaar waren de debuutplaten van Vampire Weekend en Vivian Girls al plezierige verrassingen, recentelijk brachten The Pains of being pure at Heart en Crystal Stilts hun eerste langspelers uit, van beide bands was eerder al een EP verschenen. TPOBPAH is duidelijk geïnspireerd door bands als Jesus and Mary Chain, The Pastels en het tegenwoordige weer bijzonder hippe My bloody Valentine. Originaliteit is beslist niet het sterkste punt, maar wat de plaat toch bijzonder aangenaam maakt zijn de over het algemeen sterke songs, uptempo en melodieus, met meer popkenmerken dan hun zwaarmoediger inspiratiebronnen. Liedjes om verliefd op te worden, die naar voorjaar geuren, gespeend van enige pretentie, maar wel heel erg lekker...
Crystal Stilts tapt op de CD Alight of Night uit een beduidend minder vrolijk vaatje, maar hun muziek is des te intrigerender. De plaat werd geproduceerd door Hamish Kilgour, jawel, de man die samen met broer David de Nieuwzeelandse band The Clean oprichtte, en dat is te horen aan de sound van deze plaat. De jaren tachtig Flying Nunsound van Clean, Chills en Straitjacket Fits is nooit ver weg, en dat deze bands op hun beurt weer beïnvloed waren door Velvet Underground, is dan ook hier terug te horen. maar ook Crystal Stilts epigonisme wordt gered door de sterke songs, minder melodieus en upempo dan bij TPOBPAH, eerder somber, dreigend, zoals ooit ook Joy Division klonk. De perfecte soundtrack voor een wereld in (krediet)crisis?