maandag 5 oktober 2009

Lijstjestijd!


De zomer is voorbij, het einde van het jaar nadert met rasse schreden, en daarmee ook het einde van het eerste decennium van deze eeuw. Voor de muziekliefhebber breken er hoogtijdagen aan, want traditiegetrouw betekent het vallen van de bladeren het begin van de lijstjestijd. (en voor wie het belang van muzieklijstjes niet op z´n waarde weet te schatten, lees Nick Hornby´s High Fidelity).

Indie-muziekblog Pitchfork presenteerde vorige week een lijst met de beste tweehonderd platen van de jaren ´00, Volkskrantredacteur Gijsbert Kamer volgde op zijn weblog, met een stroom aan reacties tot gevolg. eindlijstjes zijn per definitie subjectief en daarmee discutabel, en discussiëren over welke platen wel of niet op een lijst thuishoren doen de bloglezers dan ook met verve.

Terugkijkend kan ik niet zo snel bedenken met welke muziekstroming deze eerste tien jaar van de 21ste eeuw in verband gaat worden verwacht. Waren de jaren ´70 disco en punk, de jaren ´80 indie en hiphop en de jaren ´90 grunge en dance, het afgelopen decennium stond vooral in het teken van de wijze waarop muziek gedistribueerd werd. Napster, Kazaa, Limewire, bittorrent, I-tunes, Myspace en Youtube, muziek was nog nooit zo gemakkelijk verkrijgbaar en verspreidbaar. Platenzaken verdwenen en werden vervangen door online-muziekdiensten, en, veel revolutionairder, artiesten zijn niet meer afhankelijk van platenmaatschappijen maar kunnen zich rechtstreeks aan potentiële fans presenteren.

Deze ontwikkeling lijkt met name de laatste jaren z´n vruchten af te werpen, want sinds begin jaren tachtig is er niet zo´n enorm aanbod geweest aan jonge, frisse bandjes. Toen waren het de onafhankelijke platenmaatschappijen die, in de geest van de uit de punk afkomstige Do It Yourself mentaliteit, als paddenstoelen uit de grond schoten. Daarmee gaven zij een enorme impuls aan de alternatievere muziekgenres die door de grote maatschappijen overgeslagen werden. Nu biedt het internet diezelfde mogelijkheid. Met een paar muisklikken is er momenteel een schat aan nieuwe muziek te ontdekken. Natuurlijk zit er veel kaf tussen het koren, is niet alles even relevant, urgent of gewoon goed. Maar tegelijkertijd levert een zoektocht de nodige leuke, verrassende ontdekkingen op.

In mijn persoonlijke lijstje over de jaren ´00 (hoe spreek je die jaren eigenlijk uit?) is die trend voor mezelf waarneembaar. Waren in het begin van het decennium vooral ´oude helden´ als Steve Wynn, Yo La Tengo, Slobberbone en Wilco die mijn aandacht vroegen, The Strokes en Arctic Monkeys waren de eerste bands die ik echt via internet leerde kennen, en de meer recente platen in mijn lijst komen vooral van nieuwe ontdekkingen als Chrystal Stilts, Deerhunter, Laura Marling en Strange Boys.

Zonder m'n platenkast nou direct helemaal uit te pluizen zijn dit de platen die in eerste instantie bij mij opkomen, in willekeurige volgorde:

Steve Wynn – Here come the Miracles (Meesterlijke plaat van oude held)
Strange Boys – And girls club (Simplisme ten top, meestgedraaid dit jaar, en nog steeds niet versleten)
The Strokes – Is this it (Klassieke NY-rock, eindeloos houdbaar)
Wilco – A ghost is born (Weerbarstiger, tegendraadser dan het veelbejubelde Yankee Hotel Foxtrot, maar daardoor ook spannender)
Arctic Monkeys – Whatever people say I am, that´s what I´m not (Hoezo overschat?)
Art Brut – Bang bang rock & roll (Opwindend, relativerend, soms werkt humor in popmuziek)
The Shins – Chutes too narrow (Alleen al een vermelding waard dankzij Saint Simon, maar ook de andere liedjes horen bijna allemaal thuis in de categorie perfecte popsongs)
Yo La Tengo – And then nothing turned itself inside-out (Meeslepende plaat van oude helden)
Crystal Stilts – Alight of night (Crisismuziek voor crisisjaren, boordevol jaren tachtig invloeden, van Clean tot Joy Division, behoorlijk verslavend)
Deerhunter – Microcastle / Weird era (Spannende psychedelische gitaarrock anno nu)
Queens of the stone Age – Songs for the deaf (Hard, strak, perfecte snelwegmuziek)
Rokia Traore – Tchamantche (Afrikaanse soul/jazz, niet voor puristen, wel heel erg mooi)
Ryan Adams – Hearbreaker (Jammer dat de belofte nooit verder is waargemaakt)
Laura Marling – Alas, I cannot Swim (Britse Folk anno nu, sterke songs, betoverende stem)
Tinariwen – Aman Iman: Water is life (hypnotiserend, hallucinerend)
Slobberbone – Everything you thought was right was wrong today (Elementaire rootsrock, perfecte songs, urgent en gedreven uitgevoerd)

maandag 10 augustus 2009

Vu Cumprà

Ze komen voor het grootste deel uit Senegal, sjouwen door de Italiaanse binnensteden en over de hete stranden met hun handelswaar bestaand uit nepmerkartikelen en andere goedkope snuisterijern: de zogenoemde Vu Cumprà, een verbastering van de Italiaanse uitdrukking voor ´wilt u iets kopen?´.




Zijn ze lastig? Zijn ze zielig? Allebei een beetje?
Hier een lezenswaardig verhaal over de achtergronden van deze vluchtelingen.



Deze foto´s maakte ik op het strand van Vada, Toscane.











maandag 25 mei 2009

mannen-met-baarden-muziek

Was de Britse muziek (gehyped of niet) de laatste jaren toonaangevend, nu de echte opvolgers van Frans Ferdinand en the Arctic Monkeys zich niet aandienen, lijkt de slinger weer de andere kant van de oceaan op te slaan.

Vorig jaar was daar opeens het debuutalbum Fleet Foxes. Gevoelige muziek van gevoelige mannen met baarden, perfect meerstemmig gezongen, de wortels diep verzonken in de Amerikaanse folktraditie. Met in hun kielzog Bon Iver en in mindere mate Blitzen Trapper en the Dodo´s kon je voorzichtig spreken van een kleine neo-folk-revival.

in 2009 lijkt Veckatimest, het nieuwe album van Grizzly Bear, de rol van die Fleet Foxes over te gaan nemen. Natuurlijk, er zijn verschillen. Want hoewel de naam anders doet vermoeden, de mannen van GB dragen geen baarden, en de muziek is minder pastoraal, grootsteedser dan die van Fleet Foxes. En Veckatimest is niet de debuutplaat van dit viertal uit Brooklyn. Eerder verschenen al twee albums die vooral op internet in de bloggerswereld op een warm onthaal mochten rekenen. Dit keer lijkt de reguliere media deze ´achterstand´ in te willen halen. Vijfsterrenrecensies vliegen je om de oren, ieder zichzelf respecterend tijdschrift heeft een interview met de aanstormende grootheden, en ze gelden als geheimtip voor het komende Lowlands festival. Niet te missen, dus....

Hoewel ik graag opensta voor (muzikale) nieuwlichterijen moet ik bij al de hierbovengenoemde nieuwe Amerikanen toch even passen. Ja, het is knap gemaakt, loepzuiver, het songmateriaal deugt, tot zover niets aan de hand, zou je zeggen. Maar het raakt niet, ´t roept bij mij geen emoties op, het laat onberoerd. Ik ben de beroerdste niet, en wil er echt mijn best voor doen, dus heb Veckatimest meermalen beluisterd, maar net als bij Fleet Foxes en Bon Iver keek ik ook nu tevergeefs naar m´n armen; het kippenvel bleef uit, de haartjes gingen niet overeind staan. Ik kreeg geen neiging om wild te gaan dansen, greep niet naar m´n luchtgitaar, noch welde er een brok in de keel op. Er gebeurde kortom helemaal niets, buiten het feit dat ik heel verstandelijk vaststelde hoe razend knap het gemaakt was.

Radiohead nam Grizzly Bear afgelopen jaar mee op sleeptouw, zo las ik, en dat maakt voor mezelf meer duidelijk. Want ook deze band heb ik eigenlijk nooit echt tot mij kunnen nemen. Want ook dat is razendintellectueel gemaakte muziek, waaraan wat mij betreft maar één aspect ontbreekt: de ziel. Om dit te overwinnen is ooit Punk uitgevonden, de oervorm van rock ´n roll vele malen simpeler, vele malen doeltreffender.

Als je de muzikale tijdsgeest even niet helemaal lijkt te volgen is er gelukkig altijd nog het verleden waaruit valt te putten. Het hier al eerder genoemde Pains of being pure at Heart, een alleraardigst Amerikaans bandje dat vooral teruggrijpt op Britse alternatieve muziek uit de jaren tachtig, is er niet vies van om in interviews die invloeden te pas en te onpas te noemen. En dat is erg aardig, want daarmee is een greep in de (digitale én analoge) platenkast zo gemaakt. En zo zijn het momenteel naast die plaat van "the pains" vooral The Pastels, The Jesus and Mary Chain, The Field Mice, Josef K, the Vaselines, the Bristols, the Wedding Present en My Bloody Valentine die mijn I-pod vullen, naast Amerikaanse melodieuze herriemakers uit diezelfde tijd als Hüsker Dü, Throwing Muses, the Replacements, en heb ik dankzij het hier eveneens eerder genoemde Crystal Stilts de hele Nieuwzeelandse Flying Nun scene herontdekt (waarover binnenkort meer...)

Dan is er ook altijd nog Sonic Youth, dat deze week haar zestiende album uitbracht, en laat zien hoe je waardig oud kunt worden als rockmuzikant, zonder je tanden en je wilde haren te verliezen of concessies te moeten doen. En wanneer je vervolgens leest dat Yo La Tengo binnenkort in het BIM-huis in Amsterdam speelt, akoestisch nog wel, ach, dan weet je dat je zo af en toe wel eens een hype aan je voorbij mag laten gaan...

zaterdag 9 mei 2009

Pielen in Photoshop

Soms heb je foto´s waarvan je direct weet dat het raak is. Die open je, misschien geef je ze wat contrast of verscherping mee, maar verder hebben ze geen behandeling nodig.

Van een helaas groter deel weet ik dat ´t hoe dan ook niks wordt, hoeveel tijd en aandacht je ze ook geeft. Een slecht beeld, daar kun je zelfs in de wondermasjien die Photoshop heet geen goede plaat van maken. En dan zijn er platen die op zich wel aardig zijn, maar waarvan je beseft dat ze nog wel wat extra´s kunnen gebruiken. Die open je ze in Photoshop, je begint wat te pielen met kleuren, contrasten, zonder duidelijk idee welke kant het op moet gaan. Vaak leidt dat dan ook tot helemaal niets, met als gevolg dat dergelijke foto´s ongekeken in het digitale archief blijven zitten.

Die foto´s hebben vaak wat bedenktijd nodig. Dit zijn daarvan drie voorbeelden. Op dezelfde plek genomen, en met alledrie ben ik meerdere keren aan het werk geweest zonder bevredigende uitkomst. Maar opeens, bij poging nummer zoveel, had ik eindelijk het gevoel dat ´t bijzonder was. Stoeiend met curven, contrasten, penselen, een textuurlaag, het leidde uiteindelijk tot dit resultaat.

dinsdag 21 april 2009

The Wire


Een Amerikaanse politieserie, maar dan anders. Geen bad guys vs. good guys, waarbij de laatste altijd winnen. Geen spannende achtervolgingen, geen politie die iedere misdaad oplost, geen agenten als onkreukbare crimefighters, geen criminelen die aan het eind hun "verdiende loon" krijgen.

Eigenlijk is The Wire dan ook niet zozeer een politieserie, maar veeleer een sociaal drama, zich afspelend in de onder- en bovenwereld van de Amerikaanse havenstad Baltimore, en deze lijken nogal eens in elkaar over te lopen. De serie is haast on-Amerikaans rauw gefilmd, op een wijze die doet denken aan het sociaal realisme dat Ken Loach-films.

Oh ja, George Pelecanos is één van de scriptschrijvers, en president Obama noemde The Wire zijn favoriete tv-serie; als dat geen aanbevelingen zijn! Helaas wisten deze de Nederlandse omroepbazen niet te overtuigen, tot nu toe is er geen zendgemachtigde die het heeft aangedurft om deze serie te programmeren. Vandaag las ik echter dat de kleine kabelzender 13th Street ´m nu toch gaat uitzenden, maar ja, dan moet je kabelboer deze wel aanbieden. Gelukkig zijn er tegenwoordig DVD-boxen...

Een bijbehorend muziekweetje: De soundtrack van The Wire is gebaseerd op Way Down in the Hole van de Tom Waits plaat Franks Wild Years uit 1987. Voor iedere Wire-reeks heeft het nummer een andere uitvoerende: The Blind Boys of Alabama, Tom Waits zelf, The Neville Brothers, "DoMaJe" en Steve Earle.

Hier een trailer:

woensdag 15 april 2009

The Strange Boys


Toegegeven, het is even schrikken wanneer Ryan Sambol van de Strange Boys begint te zingen. Hij doet z´n uiterste best om even snerend en desperaat over te komen als de voorbeelden die hij ongetwijfeld van de Pebbles verzamelplaten van z´n ouders heeft gehaald. Toch blijft ´t afgeknepen stemgeluid vooral klinken als Donald Duck die Roky Erickson nadoet.

Maar alles went, en al gauw hoor je op de debuutplaat The Strange Boys and girls club vooral de ontembare gedrevenheid van deze jonkies. Dit is garagerock op z´n elementairst, rammelend zoals Velvet Underground dat bijvoorbeeld deed op Live at Max´s Kansas City (en hoor ik daar even Lonesome Cowboy Bill voorbijkomen?), verbeten, urgent en van een tijdloze pracht. De gitaren snerpen, wringen, lijken af en toe de bocht uit te vliegen, maar Moe Tuckerritmes houden de boel even simpel als doeltreffend bij elkaar. Deze jongens snappen bovendien dat eenvoud niet te lang mag duren, de meeste nummers klokken dan ook tussen de één en twee minuten.
Het is voorjaar, de zon schijnt, en met de Strange Boys op m´n I-pod is ´t leven even helemaal volmaakt.

donderdag 12 maart 2009

Straatfotografie



Met mijn fotografie zwalk ik nog van links naar rechts. Architectuur, abstract, mensen, dingen, bewerkt, onbewerkt... Ik probeer kortom van alles, ben behoorlijk stijlonvast.

Een richtingdie me wel heel erg aanspreekt is de straatfotografie. Het is de kunst om het dagelijkse leven in de openbare ruimte in beeld te brengen, bij voorkeur zonder opgemerkt te worden. Immers, wanneer mensen in de gaten krijgen dat ze gefotografeerd worden ben je opeens de spontane situaties kwijt. Vaak moet je dus in een fractie van een seconde je compositie bepalen, scherpstellen en belichten, en daarbij hopen dat er niemand hinderlijk door je beeld komt sjouwen. Verstorende omgevingsfactoren zijn dan ook niet altijd uit te sluiten.

Vervolgens zou het dan ook nog mooi zijn wanneer de kijker uit zó´n foto een verhaal kunt halen, waardoor het net iets meer wordt dan een snapshot.



Hierbij een kleine selectie van recent door mij gemaakte straattaferelen en straatportretten. Klik op de foto voor een vergroting.

Nico Ouburg is iemand die al veel verder is in deze tak van fotografie. Kijk eens op zijn site voor veel meer aansprekende voorbeelden.